Reflectie cyclus voor schermen

In vorig blogs heb ik het gehad over Coachen naast de piste en Hoe haal je het meeste uit je training. Om beiden goed te leren doen moet je eerlijk en kritisch kunnen reflecteren op je eigen handelen en prestaties. Om je te helpen bij het reflectieproces introduceer ik een model dat vaak in het onderwijs gebruikt wordt: de reflectiecyclus.

Waarom zou je een model gebruiken voor reflectie?

Waarschijnlijk reflecteer je al impliciet op wat je doet. Zoiets als “die partij ging heel goed” of “Ik schermde als een natte krant” klinkt misschien bekend. Maar “wat ging er dan precies goed” of “waarom had je het gevoel dat het slecht ging” zijn vragen die we onszelf niet zo vaak stellen en die we ook niet altijd meteen kunnen beantwoorden. Als je niet weet uit te vogelen wat er goed of slecht ging, dus welke onderdelen van je spel sterk of zwak zijn, kun je ook geen trainingsdoelen stellen. Bovendien weet je dan ook minder goed wat je moet doen tijdens een wedstrijd. Door systematisch te reflecteren kun je trainingsdoelen leren stellen en een wedstrijdplan maken. Doordat vervolgens voor jezelf helder hebt dat je werkt aan de zaken die voor jouw belangrijk zijn, en door te weren dat je jezelf de maximale kans op succes geeft, zul je meer zelfvertrouwen hebben op het moment dat het erom draait.

De reflectiecyclus

Deze reflectiecyclus is bedacht door Korthagen die het op zijn beurt heeft gebasseerd op de leercyclus volgens Kolb. De volgende vragen horen bij iedere fase:

HandelenWat wilde ik bereiken?

Waar wilde ik op letten?

Wat wilde ik uitproberen?

TerugblikkenWat gebeurde er?

Wat dacht ik?

Wat voelde ik?

Wat deed ik?

BewustwordingWat betekenen de bovenstaande antwoorden voor mij?

Wat heb ik ontdekt?

Alternatieven ontwikkelenWelke opties heb ik?

Welke voor- en nadelen zijn er?

Wat ga ik concreet doen?

Handelen

Dit gaat over je doelen. Zonder een duidelijk doel aan de start van een wedstrijd, toernooi,of  training ga je minder effectief reflecteren. Maar zelfs als je geen duidelijk doel had vooraf, zul je vrijwel altijd achteraf een impliciet doel kunnen aanwijzen. Door jezelf (of je teamgenoot) te vragen “wat wilde je doen?” is de eerste belangrijke stap in zelfreflectie gezet.

Je zou bijvoorbeeld kunnen werken aan een aanval op de voorbereiding. Daarbij kun je letten op de afstand en het voetenwerk van je tegenstander. Zodra die zijn voorste voet optilt en te dichtbij stapt, lanceer jij je aanval om die fout af te straffen.

Terugblikken

Terugblikken lijkt een open deur, maar is misschien wel het moeilijkste onderdeel van zelfreflectie, omdat het eerlijkheid vergt. Vaak zijn we te streng of te aardig voor onszelf. De vier vragen zijn ervoor om je te helpen een objectief en realistisch beeld te geven over je handelen. Beantwoord ze alle vier in de bovenstaande volgorde! Het is namelijk niet makkelijk om gebeurtenissen te scheiden van gedachten en de emoties die daarbij opgeroepen worden. Door vaak te oefenen met het stellen van deze vragen zul je wel je mentale weerbaarheid versterken.

We nemen ons voorbeeld erbij. Het zou kunnen dat je aanval in de voorbereiding soms werkte, maar soms kreeg je een treffer tegen. Probeer je de situatie te herinneren van de keren dat je succesbol was, misschien had je tegenstander zijn arm daar nog krom, terwijl bij de keren dat je getroffen werd je tegenstander met een strekkende arm zijn uitval maakte. Wat dacht je? Hoe voelde jij je nadat je geraakt werd? Werd je boos? Bang om geraakt te worden?

Bewustwording

In de bewustwordingsfase wordt je uitgedaagd om nieuwe inzichten te verwerven over de manier waarop jij het schermspel benaderd en soms zelfs over jou als persoon. Wat behulpzaam kan zijn is de situaties dat je goed presteerde te vergelijken met de situaties dat je minder goed presteerde. Wat was er anders in je gedachten, gevoel en gedrag? Kun je de situaties leren herkennen wanneer je gedachten en gevoelens met jou aan de haal gaan en wanneer dat je alles onder controle hebt.

In het voorbeeld kan het zo zijn dat je focus lag op het voetenwerk van je tegenstander en dat je daarom je aanval verkeerd timede. Misschien werd je boos, omdat de actie niet ging zoals je wilde, en probeerde je vervolgens de actie te forceren in plaats van je instinct en je lichaam te vertrouwen.

Alternatieven ontwikkelen

Hier is het tijd om buiten de lijntjes te kleuren. Vogel uit wat voor jou werkt. Je kunt anderen om input vragen. Natuurlijk staan je coaches voor je klaar, maar vraag ook andere (meer ervaren) schermers om feedback. Houdt er wel rekening mee dat de stijlen van schermers verschillen. Wat voor de een werkt, werkt mogelijk niet voor een ander. Andere bronnen, zoals YouTube of zelfs compleet andere sporten kunnen ook inspiratie opleveren.

Je zou kunnen vragen aan een andere schermer die veel aanvallen maakt in de voorbereiding, waar zij op letten. Bij welke tegenstanders maken ze de actie wel en wanneer juist niet?

Prestatie versus resultaatdoelen

Tenslotte zou ik sterk aanraden dat je vooral reflecteert op welke acties of aspecten van het schermen die jij wilt verbeteren. Schermen is een open sport waar de uitkomst van een wedstrijd niet alleen van jou afhangt, maar ook van je tegenstander. Dus als je alleen focust op scores en winnen ga je teleurstelling tegemoet. Nog belangrijker, wanneer je bezig gaat met het verbeteren van een zwakte in je spel, zul je in het begin slechtere resultaten en lagere scores halen! Als je teveel op scores concentreert zul je teleurgesteld raken en waarschijnlijk ophouden met werken aan je zwakke punten. Daarmee handicap je je leerproces. Resultaten volgens prestaties.

Trainingsaanpak

Om te prestatiegericht trainen te bevorderen zullen trainingsavonden er voortaan iets anders uit gaan zien. Vanaf deze maandag ziet het programma er als volgt uit:

21:00 tot 21:05 Mededelingen

21:05 tot 21:20 Algemene warm-up 

21:20 tot 21:30 Schermspecifieke oefeningen

21:30 tot 21:35 Omkleden

21:35 tot 22:15 Oefenpartijen

Tijdens de  oefenpartijen wordt geen score bijgehouden. Ten minste een andere schermer treedt op als scheidsrechter en/of coach (ook bij degen). Het doel is om te werken aan te techniek of tactiek, of juist nieuwe dingen te proberen. Je kunt het format van de partij afspreken met je tegenstander (bijvoorbeeld geen weringen, alleen nabijgevecht, etc). We schermen 4 minuten per ronde, 1 minuut om te wisselen, dus 5 minuten totaal. De tijd wordt centraal bijgehouden via het PA systeem in de zaal. Een schermer staat maximaal 2 opeenvolgende partijen op de piste. Wanneer je niet aan het schermen bent, ben aan het jureren, coachen, heb je een les, of ben je materiaal aan het onderhouden.

22:15 to 23:00 Vrije training

Nog steeds voldoende tijd om je vetes uit te vechten en voor competitie training. I raad je zelfs aan om hier en daar een weddenschap aan te gaan, bijvoorbeeld om wie de drankjes betaald, in een van je wedstrijden zodat je ook met druk leert omgaan.